Boy was een parochiaan van de Liduinaparochie die opviel. Hij was Indisch, goed gekleed en had een vriendelijke uitstraling naar mensen en vooral naar vrouwen. In het koor was hij een goede zanger en hij kon goed en zeer snel solmiseren. In de oorlog had hij zich ‘het solmiseren in zichzelf’ aangeleerd met ut en mu en daar heeft hij zijn hele leven plezier van gehad.

Boy ging graag mee met de koorreizen: Vilsteren, Coventry en Rome zijn bij mij ook gevuld met herinneringen aan Boy; zittend in de grote keuken met de vraag of iemand suiker en melk in de koffie wilde, hijzelf dus, en in Coventry zoekend naar een voor hem prettige plek tussen de dames. In Rome mocht hij van Arent een Gregoriaanse inzet doen: “de Paus zelve”. Op de vrije dag kwam hij met twee tassen nieuwe schoenen aan in café Greco in de Via Condotti. “Ik ben helemaal blut” zei Boy, maar hij hield ook van mooie schoenen.

Boy miste geen enkele eindemaandsborrel en fleurde de levens van de koorleden op met eigen gemaakte liedjes: “Daar is An met de koffiekan”, bij het 25-jarig huwelijksfeest van Michel en Jeannette “Zie daar het bruidspaar” en voor Rob en Cora. Bij de doop van Jasper Catijn hadden we een wel heel moeilijk maar mooi lied te zingen, zonder de leiding van Ed. Toen Martha in zijn leven kwam werden wij na de grote feesten uitgenodigd voor een grote Selamatan of Koempoelan. Martha stond op een verhoginkje in wok, bak- en braadpannen de heerlijkste maaltijden klaar te maken die wij na de repetitie tot diep in de nacht kregen voorgeschoteld. Boy waarschuwde altijd wel van te voren dat we hongerig naar de repetitie moesten komen, want de hoeveelheden waren altijd groot.

Boy wilde graag dienstbaar zijn. Met regelmaat kregen we de welbekende, bijna niet leesbare kopieën. Dat stoorde Boy nog het meest dus hij ging op zoek naar een programma om dat te verbeteren. Christus Natus Est is een van die producten. Hij heeft ook bij het boekje met de 900-nummers geholpen.

Zelf heb ik altijd bewondering gehad voor zijn kennis van verzekeringswiskunde, die hij in zijn werkzame leven op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot in de perfectie had geleerd, een echte actuaris.

Vlak na de oorlog uit Indië naar Nederland gekomen, heeft hij het ideaal van een baan bij “Het Goevernement” helemaal waar gemaakt.

Dat hij moge rusten in vrede.